Bewegingsonscherpte reduceren
 
9
   
.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
   
 
 
 
 
 
 
 
   
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
   
 
 
 
 
.
 
 

Bewegingsonscherpte reduceren door hogere sluitersnelheid:

Bewegingsonscherpte kan je inderdaad reduceren door te fotograferen op hogere sluitersnelheid.

Onderstel een foto genomen met een 50mm lens met een FF camera, de horizontale kijkhoek van de lens is 39,6° (zie lenzen-50mm)
Stel de sluitertijd is 1/10 sec. (0,1sec) , gedurende de tijd dat de sluiter open is verdraaien we de camera rond zijn as met een hoek α= 1°
Het voorwerp blijft op zijn plaats, maar op de sensor komt een wazig beeld te staan doordat het beeld gedurende de openingstijd van de sluiter enkele mm op de sensor verschoven is.

verdraaiing op een beeldhoek van 39.6° is= 2.5% op de 36mm sensor zal het "bewogen" beeld 0.90mm verschoven staan

Maken we de sluitertijd 5x korter tot 1/50 sec (0.02sec) dan zal de hoekverdraaiing gedurende de actieve sluiteropening ook 5x kleiner zijn, nl 1°/5= 0.2° , op een beeldhoek van 39.6° is dit 0.5% of het "bewogen " beeld zal 0.18mm verschoven staan.
Het beeld wordt dus scherper.

 

Hoe langer de brandpuntsafstand van de lens, hoe hoger de sluitersnelheid

Stel we nemen een foto met een 50mm lens en een FF camera de sluitersnelheid is 1/10 sec.
De horizontale beeldhoek van de 50mm lens is 39,6°
Wanneer we gedurende de tijd dat de sluiter open is de camera met 1° (=2,5% t.o.v. de beeldhoek) verdraaien.
Het beeld op het einde van de sluitertijd zal dus 2.5% verschoven zijn t.o.v. het beginbeeld.
Op een sensor van 36mm is dit 0,9mm

De beeldhoek wordt kleiner met grotere bandpuntsafstand:.

50 mm:...........39,6°
100mm...........20,4°
150mm..........13,7°
200mm..........10,3°
300mm...........6,9°

Eenzelfde verdraaiing van 1° met een 300mm lens met dezelfde sluitersnelheid betekent een beeldverschuiving van 14,5% of 5.2mm op de sensor.
Het zal dus duidelijk zijn dat bij langere brandpuntsafstanden de camera gevoeliger is voor bewegingsonscherpte.

Oplossing:

Als vuistregel stelt men dat bij het fotograferen uit de hand, de sluitersnelheid niet langer mag zijn dan 1/brandpuntsafstand.


Met een 50mm lens is de langste toegelaten sluitersnelheid dus 1/50 sec. (gaf een in het voorbeeld verschoven beeld van 0,18mm)

Passen we dit toe op onze 300mm lens dan moet de sluitersnelheid = 1/300sec (3ms)
De hoekverdraaiing in bovenvermeld geval is dan 0,033° of 0.48% of 0,18mm beeldverschuiving.
Het bewogen beeld staat in beide gevallen met evenveel verschoven


Invloed croppen op de sluitersnelheid.

Onderstel opnieuw een foto genomen met een 50mm lens en een FF camera. De Camera beweegt gedurende de tijd dat de sluiter open is met 1°.
Het resultaat is een verschoven beeld met 0,9mm (zie hierboven)
Snijden (croppen) we nu 20% van de foto weg, dan wordt de resterende foto uitvergroot tot de grootte van de oorspronkelijke foto.
De verschuiving van het "bewogen" beeld wordt door het uitvergroten 20% groter : 1,08mm

Wanneer we van plan zijn om van een foto 20% weg te croppen, verhogen we dus beter de sluitersnelheid met 20%

Invloed op een "Cropcamera"

Standaard lenzen zijn ontworpen om een kleinbeeld foto van 24x36mm te belichten, een dergelijke camera noemen we een Kleinbeeld of Full Frame (FF) camera.

Plaatsen we een dergelijke lens op een cropcamera (met sensor :15,6x23,7mm), dan gaat een gedeelte van de belichte foto verloren.
De cropcamera maakt als het ware een digitale uitsnede van het FF beeld.
Deze uitsnede wordt op dezelfde grootte getoond als een FF beeld, eventuele bewegingsonscherpte wordt ook uitvergroot.
De beeldhoek wordt kleiner, het lijkt alsof de brandpuntsafstand met 50% toeneemt .
Een 200mm lens op een cropcamera geeft dezelfde uitsnede als een 300mm op een FF camera.
De mate waarmee het beeld (en de beeldhoek) verkleint moet men de cropfactor van de camera.

Bij een cropcamera moeten we dus de cropfactor van de camera in rekening brengen bij het bepalen van de sluitersnelheid.

Bij een 1,5x cropcamera (vb Nikon D90) is de aanbevolen sluitersnelheid= 1/(brandpuntsafstand x1,5)

Beeldstabilisatie

Bij camera's met beeldstabilisatie (in de lens of in de body) wordt de beweging van de camera gedurende het fotograferen gecompenseerd.
Met dergelijke camera's kan je, met een 2-4 stops lagere sluitersnelheid fotograferen voor gelijke bewegingsonscherpte

 

© Beertje
15-10-2014
update 2021